De Hengstenlijnen

Lipizzaner stamboek Vereniging Nederland - Conversano Lipizzaner stamboek Vereniging Nederland - Maestoso Lipizzaner stamboek Vereniging Nederland - Favory Lipizzaner stamboek Vereniging Nederland - Neapolitano Lipizzaner stamboek Vereniging Nederland - Pluto Lipizzaner stamboek Vereniging Nederland - Siglavy
Conversano
Maestoso
Favory
Neapolitano
Pluto
Siglavy

Het Lipizzaner ras is een van de oudste cultuurpaardenrassen ter wereld. Onder cultuurpaardenras verstaan we een ras, dat geheel door de mens ontwikkeld is. In het jaar 1580 stichtte de Habsburgse adel een eigen stoeterij in het dorpje Lipixa (in de buurt van Triëst). Het doel hiervan was het fokken van een paardentype, dat voorzag in de behoefte en gebruiken van deze Oostenrijkse keizerdynastie in die periode. Het paardenras dat hieruit ontstaan is kennen wij ook nu nog als het Lipizzaner paard.

Geheel naar de eisen van die tijd werd dat een paard van het barokke, Iberische type. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat oorspronkelijk deze fokkerij gebaseerd was op Spaans bloed, in dit geval gekruist met het kwaliteitsvolle inlandse Karst-paard.

Behalve van Spaanse hengsten maakte men gedurende de ontwikkeling en stabilisering van het ras ook veelvuldig gebruik van paarden, die in het Iberische type stonden, maar elders gefokt waren op vergelijkbare (hof)stoeterijen uit geheel Europa. Zo zijn door de eeuwen heen bijvoorbeeld ook veel Napolitaanse, Deense, Kladruber en Duitse paarden gebruikt. In de 19e eeuw is, ook naar toen heersende mode, tevens gebruik gemaakt van oriëntaals (Arabisch) bloed. Ook op andere (staats- en privé)stoeterijen, die naast het oorspronkelijke Lipica hebben bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van bet ras werd gebruik gemaakt van dit soort bloed.

Daar de Lipizzaner, zoals gezegd, een cultuurpaardenras is, heeft dit tot praktisch gevolg, dat de ontwikkeling van de fokkerij (en dus de opbouw van het ras) volledig terug te vinden is in de stamboekregistratie. Vanaf het begin zijn aan- en verkopen, geboortes, gebruik van dekhengsten en fokmerries bijgehouden in boeken en registers. Helaas zijn de stamboeken uit de eerste twee eeuwen van de fokkerij in de Napoleontische tijd door brand verloren gegaan. Aan- en verkoopregisters uit die tijd zijn echter nog wel in archieven in aanwezig. Alle afstammingsgegevens van de in de hofstoeterij Lipica gebruikte fokdieren en hun nakomelingen zijn terug te vinden vanaf ±1800 en gaan derhalve terug tot omstreeks 1740.

Ontwikkeling

De keuze van dekhengsten werd bepaald door de eisen van het gebruik. Dit verschilde vanzelfsprekend gedurende de tijden en per stoeterij. De keizerlijke hofstalmeesters selecteerden voor Lipica meestal klassiek gebouwde paarden van het Iberische type. Toen vanaf het begin van de 19e eeuw de Arabier echt in zwang raakte, ontkwam ook de barokke Lipizzaner niet aan deze invloeden, zonder dat overigens het barokke fokdoel uit het oog werd verloren. De dominante schimmelkleur en de gemiddeld kleinere stokmaat van de Lipizzaner is aan dit oriëntaalse bloed te danken.

Op andere stoeterijen werd de keuze ook met name bepaald door het gebruiksdoel. Aan een Lipizzaner die gefokt werd voor aanspanningen op de Hongaarse poesta of de Kroatische hoogvlakte werden immers andere eisen gesteld, dan aan paarden die specifiek als rijpaard of voor bergachtige streken werden gefokt.

Wat praktische keuze betreft had men uiteraard twee mogelijkheden: een elders verworven hengst of een hengst uit eigen fokkerij. Beide zien we in ruime mate terug in de stamboeken. Vanuit alle windstreken werden hengsten aangevoerd, waarvan men meende, dat zij de fokkerij konden dienen. Mannelijke nakomelingen konden op hun beurt weer als dekhengst ingezet worden Zo'n hengst uit eigen fokkerij werd meestal naar de vader vernoemd. Zo vormden zich hengstenstammen, die in de stamboeken terugleiden naar een oorspronkelijke stamvader. Een aantal van deze lijnen hebben zich tot in deze tijden van vader op zoon weten te handhaven. Andere zijn na selectie niet voortgezet en daarmee uitgestorven. Een soortgelijke ontwikkeling zien we overigens ook aan moederszijde: tientallen merriefamilies zijn zo ontstaan, die ook nu nog voortleven.

Overgebleven Lijnen

Van de fokkerij van keizerlijk Lipica zijn een zestal hengstenlijnen overgebleven. Allemaal voeren deze terug op stamvaders uit het eind van de 18e, begin 19e eeuw. Vijf van deze hengsten waren van het barokke, Iberische type. Dit waren Conversano (Neapolitaner, 1767), Maestoso (Spaans, geb. Kladruber, 1773), Favory (Kladruber, 1779), Pluto (Deens, geb. Frederiksborg, 1765) en Neapolitano (Neapolitaner, 1790). De zesde stamvader was de Arabische hengst Siglavy (1810).

Op de belangrijke privéstoeterij van de grafelijke familie Jankovic in Terezovac (nu Kroatië), waar al sinds ±1680 Spaanse paarden werden gefokt, ontstond, na inkruising van Lipizzanerbloed de lijn van stamvader Tulipan (Terezovac, 1800).

Op de stoeterij van de Hongaarse graaf Bethlen werd in 1802 de hengst Incitato geboren, uit Spaanse ouders. Deze hengst werd door de Hongaarse staatsstoeterij Mezöhegyes aangekocht voor de dekdienst. Zijn nakomelingen werden ingezet in de Spaanse fokkerij aldaar, die vanaf ongeveer 1860 opging in de Lipizzanerfokkerij van deze stoeterij. Hij is dus de stamvader van deze gelijknamige lijn.

Hiermee is overigens meteen het enige onderscheid tussen de eerste zes en Tulipan en Incitato aangeduid: de herkomst. Overige verschillen zijn er niet. Deze twee stammen zijn dus qua achtergrond en plaats binnen de hele Lipizzanerfokkerij volledig gelijkwaardig aan de andere zes. Hierover mogen geen misverstanden bestaan!

Naamgeving

De naamgeving binnen het Lipizzanerras is aan tradities gebonden. Aan de naam van een Lipizzaner kan men deels de afstamming aflezen. Er bestaan traditioneel twee systemen, die gemakshalve als het keizerlijke systeem en het landsfokkerijsysteem zijn aan te duiden. Bij beide zien we de stamvader van de betreffende lijn terug. Een directe mannelijke nakomeling van bijvoorbeeld stamvader 'Neapolitano' zal deze naam ook dragen, met als toevoeging respectievelijk de naam van zijn moeder dan wel cijfers, ter onderscheid.

Voor merries gelden overigens weer andere eisen. In het keizerlijke systeem worden binnen merriefamilies bepaalde vrouwelijke, steeds terugkerende namen gebruikt.
Wanneer we bijvoorbeeld een hengst tegenkomen met de naam 'Neapolitano Elvira' weten we meteen, uit welke lijn hij stamt (Neapolitano) en wie zijn moeder was. (Elvira dus). Aan de naam 'Elvira' lezen we dan weer af, uit welke merriefamilie hij van moederskant afstamt.

In het andere systeem, het landsfokkerijsysteem, ligt meer de nadruk op de vader zelf. Stel een paard heeft hier de naam 'Incitato XXI-12' Hieruit maken we op, dat hij of zij van vaderskant uit de Incitato-lijn stamt, met als vader de dekhengst Incitato XXI, en als zijn 12e nakomeling op de stoeterij van herkomst is geregistreerd. Deze registratiewijze geldt dus zowel voor hengsten als merries. Het geslacht kan niet aan de naam worden gezien. Ook de afstamming moederzijds is niet aan de naam te herkennen. Dit systeem wordt met name in Hongarije en Roemenië gebruikt.

Iberisch en Orientaals

In de meer dan vier eeuwen oude Lipizzanerfokkerij zijn vele hengsten gebruikt. Slechts acht hebben een eeuwige status weten te bereiken door middel van hun directe nazaten. Vele zijn echter in de coulissen van de tijd verdwenen en slechts terug te vinden in de oude stamboeken. De meeste van deze hengsten waren, zoals gezegd, van het Iberische type. Zij kwamen hetzij direct uit Spanje, of kwamen uit een nafok van Spaanse paarden van andere Europese stoeterijen, zoals Lipica daar zelf één van was.

Daarnaast zijn Arabische hengsten, Shagya-arabieren en kruisingen tussen deze en Lipizzaners als dekhengst ingezet. Het voortbestaan van de huidige acht lijnen is niet alleen aan de keizerlijke stoeterij te danken. Zo waren rond 1880 hier de Pluto- en Maestoso-stam volledig uitgestorven. Het was weer aan die andere twee stoeterijen, Terezovac en Mezöhegyes te danken, dat juist deze twee stammen ook tot in onze tijd bewaard zijn gebleven, waarmee de belangrijkheid van deze twee stoeterijen voor bet Lipizzaner ras weer eens aangetoond is.

Geen enkel Engels Volbloed is overigens ooit als dekhengst ten behoeve van de Lipizzanerfokkerij ingezet. Slechts in merriefamilies is incidenteel een xx-tje terug te vinden, zonder verder van directe invloed geweest te zijn. Dit maakt de Lipizzaner tot de zeldzame rassen die aantoonbaar geen Engelse invloeden kent, hetgeen vanuit een bepaald perspectief zelfs als voordeel wordt gezien.

In dit feit overtreft hij zelfs zijn Spaanse en Portugese neven, die wel degelijk een bepaalde periode het barokke spoor bijster zijn geweest. Gelukkig voor ons liefhebbers van barokke paarden is het tij ook daar bijtijds gekeerd.

Tot Besluit

Ieder Lipizzaner paard is als vertegenwoordiger van zijn eeuwenoude ras de aandacht meer dan waard. Een rijk verleden met grootse feiten gaat achter zijn naam schuil. Het is echter geen levend museumstuk. Zijn uitzondenlijke kwaliteiten hebben hem de geschiedenis doen overleven. De Lipizzaner is ook aan het begin van de 21e eeuw klaar voor de toekomst. Laten wij alIen ervoor zorgdragen, dat dit bijzondere paardenras ook in de toekomst de plaats krijgt die het toekomt!

Bron: dhr Atjan Hop
(c) Lipizzanerstamboek Vereniging Nederland