De Spaanse Rijschool



De Spaanse Rijschool uit Wenen is het enige instituut waar sinds 430 jaar de Klassieke Rijkunst in de puurste vorm wordt uitgevoerd en de klassieke opleiding volgens eeuwenoude, vooral mondeling overgeleverde methoden, plaatsvindt.
In 1572 richtte Keizer Maximiliaan II een Spaanse manege op in Wenen,
waar uitsluitend paarden van Spaanse oorsprong werden toegelaten.
Hier komt de naam ‘Spaanse’ Rijschool vandaan.
In eerste instantie werden alleen paarden uit de hofstoeterij van Bohemen gebruikt, vanaf 1850 werd echter overgeschakeld op paarden die gefokt werden in de Hofstoeterij van Lipica. In de 18e eeuw ontstonden definitief de Lipizzanerlijnen, die tot op heden in alle Lipizzaner over de gehele wereld hun naam vereeuwigd hebben.
De hengsten van de Spaanse Rijschool worden nu zonder uitzondering gefokt in de Oostenrijkse stoeterij van Piber. Lipizzaners komen grijs en/of grijs- tot zwartbruin ter wereld en krijgen pas later hun witte vacht. De jonge hengsten leiden tot hun 4e jaar een onbekommerd leven in het Bundesgestüt Piber en worden daarna, op grond van hun karakter en uiterlijk, geselecteerd voor de opleiding in de Spaanse Rijschool. De ‘uitverkorenen’ worden naar de beroemde Weense Hofburg gebracht en hier begint, nadat zij gewend zijn geraakt aan hun nieuwe omgeving, stallen, verzorgers en niet in de laatste plaats hun nieuwe ‘medebewoners’, hun onderricht. Vanaf dit moment worden de hengsten vertrouwd gemaakt met de aanwijzingen en acties van de berijders. En dan komt natuurlijk het grote moment dat de paarden voor het eerst aan een voorstelling van de ‘jonge hengsten’ in de Weense Hofburg mogen deelnemen, om uiteindelijk deel te mogen uitmaken van voorstellingen over de gehele wereld.
In De Spaanse Rijschool is er een duidelijke hiërarchie onder de ruiters. Nadat men als leerling (Elève) aanvaard is, wordt de verdere carrière uitgebouwd, afhankelijk van zaken als capaciteiten, prestaties en dienstjaren. De jongste leden van het rijdende personeel zijn de Bereiter-Anwärter. De grootste groep ruiters is die van de Bereiter. Boven hen staan een aantal ruiters met een indrukwekkende staat van dienst bij De Spaanse Rijschool: de Oberbereiter. De hoogste eer en tevens de plaats aan het hoofd van de ruiters bij het binnenkomen van de arena, is voorbehouden aan de Erster Oberbereiter.
Het Uniform
De uniformvoorschriften bij De Spaanse Rijschool zijn zo oud als de school zelf en behoren tot de waardevolle tradities van dit instituut. Het hoofddeksel van de ruiters is een tweepuntige hoed en heet dan ook Der Zweispitz. Het hoofddeksel heeft van links boven naar midden onder een gouden boord. Deze is bij de Bereiter-Anwärter smal en bij de Bereiter hoger en breed. De bruine getailleerde jas is van een dubbele rij messingknopen voorzien. Daarbij draagt de ruiter een nauwe, witte hertlederen rijbroek, zwarte rijlaarzen met een hoog kniestuk en witte lederen handschoenen. De rijzweep is een berkentak. De radertjes aan de sporen zijn stomp. Daarnaast beschikken de ruiters nog over een uniformmantel, eveneens in donkerbruine stof met messingknopen. Naast deze “dienstkleding”, zoals het officieel genoemd wordt, hebben de ruiters ook nog een zomer- en gala-uniform.
Het Tuig
Het zadel is van het grootste belang bij het dressuur rijden. Daarom dient het zadel exact aan de paardenrug aangepast te zijn. Ieder zadel dat gebruikt wordt bij De Spaanse Rijschool wordt dan ook op maat gemaakt. De paarden worden tijdens de voorstelling steeds op “stang en trens” gereden. De teugelvoering is klassiek; in de linkerhand de linkertrens- en beide stangbeugels, in de rechterhand de rechtertrensteugel en de rijzweep. Het zadeldek varieert naar gelang de graad van de ruiter en de oefeningen die uitgevoerd worden: rood met de ruiter in het zadel, dondergroen bij de sprongen en de arbeid aan de hand. Bij de oefeningen aan de lange teugel wordt er een speciaal rood zadeldek - zonder zadel - gebruikt.
Bron:
www.spaanserijschool.nl